Conny Ledder -
Conny Ledder verbindt vrouwen met elkaar en de samenleving

Conny Ledder verbindt vrouwen met elkaar en de samenleving

“Je onderdeel voelen van een groep, dat is voor mij écht inburgeren!”
Conny Ledder is een geboren en getogen Hilversumse. Het leven lacht haar niet altijd toe. Het is een van de redenen waarom ze zich graag inzet voor anderen. Ze draait als vrijwilliger al jaren een vrouwengroep voor dames die anders letterlijk de deur niet uitkomen. Het geeft Conny niet alleen een goed gevoel, maar biedt haar ook een tweede familie. “In de groep vind ik mijn netwerk. Toen ik ziek was, kwamen de dames me eten en fruit brengen. Ze stuurden een kaartje, vergeten me niet. En dat helpt mij weer terug te komen. Het is heel wederkerig.” Samen is leuker dus!

Het verhaal van Conny laat zien dat eenzaamheid niet draait om het bezoeken van een activiteit, maar om verbinding. Om betekenisvol contact met elkaar.

Doen wat goed voelt
Conny groeide op in Hilversum en woont nu in Hilversumse Meent. Ondanks een pittige jeugd, bracht haar schoolcarrière haar op de pedagogische academie en een opleiding voor speciaal onderwijs. Ze ging in het onderwijs aan de slag en werd daarnaast vrijwilliger in een verzorgingshuis. In die tijd zorgde ze voor haar zieke vader en schoonvader en voor haar twee kinderen. Na de dood van haar vader en schoonvader, ging ze zeven jaar lang, iedere zondagmorgen, wandelen met een man met autisme. Ze werden beste maatjes, totdat het leven Conny inhaalde. Ze werd psychisch ziek. Met medicijnen, een dosis zelfkennis en een helder levensdoel kan Conny weer verder. Ze is niet stressbestendig, maar wel tegendraads. Vaak geen gelukkige combinatie, zo heeft ze gemerkt. Rond haar vijftigste viel alles op z’n plek. “Ik doe nu wat ik leuk vind en stop met iets als het niet meer goed voelt. Inmiddels heb ik de grenzen van wat ik kan en wil wel ontdekt.” Conny vond rust rond haar vijftigste. Een gevoel dat ze verder moeilijk kan omschrijven. “Een vorm van berusting wellicht. Dat maakte dat ik niet langer wenste achteruit te kijken, in wrok, maar alleen nog maar vooruit. Eerst zorgde ik voor anderen, toen moest ik zorgen voor mezelf en nu verbind ik mensen met elkaar.”

Jezelf redden
In de Kruisdam werd ze vrijwilliger voor Versa Welzijn. Ze keerde in die functie terug bij het lesgeven. “Het eerste wat ik deed was taalles geven aan een groep oudere Marokkaanse vrouwen. In de winter gingen veel Marokkaanse mannen terug naar huis terug en de kinderen waren al de deur uit. De vrouwen bleven alleen achter. Ze kwamen eerder letterlijk niet buiten, maar moesten nu ineens zelf naar de dokter of boodschappen doen. Via tekeningen en rollenspellen, en soms met handen en voeten, hadden we het daarover in de lessen. Hoe red je jezelf dan? Langzaam bouwden we het op en maakten we de stap naar spreektaal. Allemaal heel praktisch. Wat zijn de namen van groenten en fruit, hoe bestel je een pond of een kilo van iets? Maar ook: hoe voer je een gesprek met de slager, dokter of caissière? Wilt u een bonnetje, wilt u zegeltjes? Dat begrepen ze allemaal niet. We werkten aan hun zelfstandigheid. Ze waren de taal niet machtig, maar wisten zich ook niet te redden in het sociaal verkeer.”

Het draait om verbinding
Na de taallessen, begon Conny met een vrouwengroep. Inmiddels draait ze deze samen met stagiaires en andere vrijwilligers. “Het zijn nu veertien vrouwen die echt overal vandaan komen. Uit Palestina, Afghanistan, Roemenië, Peru en binnenkort wellicht uit Oekraïne. Ook hier is het vertrekpunt om de spreektaal te oefenen. Maar uiteindelijk draait het net zo goed om verbinding. Ik verbind de dames met elkaar én met de samenleving. Dat is voor mij écht inburgeren. Niet dat je meedoet aan een activiteit, maar dat je jezelf onderdeel van een groep voelt. Dat je gezien wordt en er mag zijn! Ik stimuleer de verbinding door niet alleen les te geven, maar door erna ook samen wat te drinken. Een deelnemer zorgt altijd voor iets lekkers erbij. Daarna praten we gewoon wat met elkaar. Of we spelen spelletjes. Gieren van het lachen bij Memory of Rummikub. En ook dan weer de taal oefenen. ‘Nee, ik ben nu’. Of: ‘Nee, dat mag niet, er zijn er nog maar twee!’ Hele kleine zinnetjes, waarmee ze spelenderwijs de taal leren. De Vrouwengroep betekent voor de vrouwen samen zijn. Weg van huis. Een keer per week samen kletsen, lachen en huilen. Want dat laatste gebeurt ook. En dan luisteren we. Praten we elkaar moed in. Meestal gaan ze dan weer vrolijk de deur uit. Alles wat daar gebeurt, blijft binnen de groep. Er is een enorme vertrouwensband, waardoor iedereen zichzelf kan zijn. Ook ik heb in de groep wel eens een slechte dag. Dat durf ik dan ook te delen.” Het vrijwilligerswerk geeft Conny voldoening. “De vrouwengroep levert de dames vrijheid en meer zelfredzaamheid op. En daardoor hopelijk ook een stukje extra levensgeluk. Hun families wonen overal en nergens op de wereld. Dan geeft het mij voldoening dat ik ze, dichtbij hun nieuwe thuis, met elkaar weet te verbinden!”