Kunstschilder

Eric Tiggeler -
Kunstschilder

Eric Tiggeler, kunstschilder

Hij is even bescheiden als actief en even vriendelijk als creatief: Eric Tiggeler, die zich bijzonder onderscheidt als kunstschilder. Maar deze nijvere en nauwkeurige kunstenaar is ook schrijver van diverse leerboeken over het gebruik van het geschreven en gesproken Nederlands. Hier een portret van een schilderachtige Hilversummer.

Eric is het bestaan begonnen in 1961 in de Amsterdamse Rivierenbuurt. Al met al heeft hij veertig jaar op diverse locaties in onze hoofdstad gewoond. Deze levendige, stedelijke stenen omgeving bepaalde vrij zeker zijn fascinatie voor straten en panden. Zijn vader, diens vader en zijn zonen, verdienden hun geld in de business van oldtimers: het familiebedrijf dat bestond tussen 1920 en 2010, ‘heeft nooit iets vernieuwd’; mede daardoor zijn ‘hun’ machines en motoren te bewonderen in het Automuseum in Wassenaar. Eric was de jongste van vijf; zijn twee broers en twee zussen zijn inmiddels allen met pensioen.

Na de middelbare school studeerde hij Nederlands aan de VU, waar hij meteen na het afstuderen in 1991 een paar jaar les gaf. Al snel constateerde hij dat het abominabel gesteld  was met vooral de schrijfvaardigheid van de eerstejaars, zodat hij rap op het idee kwam om zelf praktisch en doelgericht lesmateriaal te gaan schrijven: “Ik hield en houd van taal, wil graag dingen helder uitleggen en wil mensen helpen teksten doelmatig en duidelijk op te stellen, zonder onnodig ingewikkelde taal.”

Daarom ging hij aan de slag bij het ‘Taalcentrum’ van de VU, waar hij nog altijd vier dagen per week werkt. Dit Taalcentrum helpt bij het opstellen van bijvoorbeeld ‘technische’ teksten, zoals voor gemeentes, ministeries en bedrijven. Eric ging de linguïstisch-didactische uitdaging aan en in 1998 verscheen zijn eerste studiemethode: ‘Vraagbaak Nederlands’. Daarna volgden nog zo’n vijftien (!) leerboeken met praktische tips inzake teksten schrijven, presentaties geven, spelling en zo meer. Hoewel inmiddels veel digitaal verloopt, zijn er nog altijd mensen die aan het werken met en op papier de voorkeur geven.

In 1998 trouwde hij met Petra, die ‘koor-coach’ is: iemand die trainingen geeft aan de presentatie en houding van koorleden op het podium. Ze hebben twee dochters: de oudste -geboren in 2000- studeert in Utrecht ‘Moleculaire biologie’; een voor haar ouders (en anderen) amper te bevatten studie. In 2003 kwam de tweede dochter erbij, die net haar vwo-diploma binnengehaald heeft en in Leiden psychologie gaat studeren. In 2001 waagde doorgewinterde Mokumer Eric, met vrouw en dochters de sprong naar Hilversum, waar zij sinds 2007 aan de Metsulaan woonachtig zijn, toevallig (?) in onze rustieke Schilderswijk. Hun woning heeft veel ruimte, een grote tuin en een aanpalende, vooral lichte werkruimte voor de activiteit die Eric sinds een jaar of tien weer met veel elan, energie en succes heeft opgepakt: schilderen.

Hiermee zijn we aanbeland in het hart van Erics huidige passie: het schilderen van straten of straatdelen, zoals leegstaande winkels, auto’s, parkeergarages en bijzondere of juist heel gewone panden. En dat alles ‘fotografisch levensecht’, al ontwaar ik op de circa dertig panelen die in zijn atelier staan, vrijwel geen mens of een stukje natuur.

Eric: “Klopt. Ik zal die fascinatie voor stad, straat en steen wel hebben overgehouden van mijn Amsterdamse roots. Ik vind mezelf geen ‘fotorealist’: iemand die een foto minutieus naschildert; ik ben een ‘realist’: je mag best mijn verfstreken zien. Ik loop soms uren door de stad, maak dan wel honderd foto’s waarvan ik er zo’n tien gebruik om een schilderij te maken. Ook een lelijk stuk straatbeeld kan een zekere schoonheid hebben. Maar als ik een boeiend object heb geschilderd, wijzig ik er soms wel wat in, hoor. Dus dan leg ik de kijker een beetje in de luren, want ik geef aan het straatbeeld dat ik weergeef ook mijn eigen touch. Of touché.  Zo gaf ik een paar Hilversumse huizen met een plat dak een zonnig accent door er een ligstoel met parasol op te verven; in het echt waren die er niet. Ik heb een voorkeur voor plekken die niet zo voor de hand liggen. Ik zet amper mensen in beeld, want die leiden de aandacht af van waar het mij om gaat: de stad als decor. En niet het leven en de bewegingen die de mensen daarin maken.”

Inmiddels heeft Eric ruim honderd schilderijen gemaakt, op doek en op hout, die in heel Europa worden/werden geëxposeerd en/of verkocht. Hij is op dit gebied een autodidact: door veel oefenen ontwikkelde hij zijn stijl en techniek. “‘Vergelijkbare’ schilders als Estes, Bechtle en Hopper maken schitterend werk, waar je uren naar kunt kijken. Dat zijn schilderbroeders waar je graag mee gezien wilt worden!”

Het meest tijdrovende is de voorbereiding: zo argeloos maar scherp mogelijk door straten lopen en dan selecteren. Die voorbereidende verkenning vindt hij soms wel een nadeel van zijn ‘hobby’. Als hij eenmaal het penseel ter hand neemt, is een schilderij gemiddeld binnen een maand klaar; wat volgens mij vrij snel is, gezien alle activiteiten die hij daarnaast nog verricht.

Natuurlijk is exposeren en verkopen dat wat ‘het werk’ mede aantrekkelijk maakt, want: “Het mooiste vind ik het idee dat mensen thuis een bijzonder stukje Hilversum aan de muur hebben hangen, waar ze constant van kunnen genieten. Daar doe ik het voor!” Tijdens het vorige Coronajaar werd er niet veel geëxposeerd, met uitzondering van de kunsttentoonstelling georganiseerd door ‘Art Hilversum’, in de kelder van het voormalige C&A-pand. Zijn fraaie, frisse en strakke schilderijen worden verkocht voor een prijs tussen de 500 en 5000 euro: “Ik wil een toegankelijke schilder zijn!”

Naast het schilderen is hij dus nog altijd actief als ‘taalmeester’ bij het Taalcentrum, waar hij met zo’n dertig collega’s taalkundig ‘bemiddelt’ tussen de schrijvers van ingewikkelde stukken en de soms eenvoudige lezers ervan. Prettig is wel dat Eric dit bijna helemaal thuis kan doen, achter de pc en met de telefoon erbij. Op die pc staan intussen zeker 6000 foto’s van de straten en panden die hij bezag en beoordeelde, waarnaast hij natuurlijk ook foto’s heeft opgeslagen van de unieke schilderijen die hij maakte en verkocht. Hij staat voor zijn ezel te schilderen, wat veel fysieker is dan achter de pc zitten. “Dit is topsport en ontspanning tegelijk. Voor mij is het een prachtig moment als ik een schilderij afmaak met een laatste streek en weet: dit is van mij, dit is nieuw, dit is uniek: hier gaan mensen van genieten!”  

Tot slot: “Hoewel ik als ras-Amsterdammer aanvankelijk wat sceptisch was over de verhuizing naar Hilversum, hebben we er nooit een seconde spijt van gehad. Integendeel: het is een bijzondere stad, mede door de prachtige en gevarieerde natuur om ons heen! Hilversummers mogen wat mij betreft best wat trotser zijn op hun stad en de nabije  natuurlijke schoonheid!

Wat ik wel zou willen zien veranderen: er moet meer expositieruimte in onze stad komen! We hebben er nu maar één; een centrale, ruime locatie voor Hilversumse kunstenaars is volgens mij zeer gewenst en: er zijn genoeg leegstaande panden. Maar belangrijker: met kunst trek je mensen de stad in. En dat is voor niemand nadelig!”

Eric Tiggeler: die moet u zien!

Frans Kwantes,

16 juni 2021